4 mei

De Demon

Het is een sport om met gestrekte vinger
Te wijzen naar de goeden en de kwaden.
Ik houd het liever bij de binnendringer
Die in mijzelf verlangt naar euveldaden.

Twee zielen huizen in ons en ze heten
Ons meestal-kwade en soms-betere ik.
Ik hoor ze altijd. In mij woedt hun vete.
Straks klopt de demon weer. Vrees ik zijn tik?

De vrede om ons is maar schijn van vrede.
Ons eerste ik voert oorlog met ons tweede,
Ik wordt zo weer de ander die ik ben.

Zolang ik mijn gehate ik maar ken
En in de gaten houdt ben ik niet bang.
Elk uur van lauwheid is een uur te lang.

– Gerrit Komrij –

herdenkingsbijeenkomst Nieuwe Kerk A’dam
4 mei 2001